|
Toespraak door Liesbeth den Besten: Dit keer gaat alles wat anders dan anders. Sinds de zomer van 2000 ben ik voorzitter van het bestuur van de
stichting Françoise van den Bosch. Mijn voorganger Paul Derrez
besloot er toen na een voorzitterschap van 9 jaar mee te stoppen.
Hij heeft het overigens in die negen jaar als voorzitter uitstekend
gedaan en daarvoor wil ik graag - nu ik daarvoor de gelegenheid heb
- in het openbaar mijn waardering uitspreken. Er zullen ongetwijfeld veel mensen hier aanwezig zijn die niet weten wie Françoise van den Bosch was, daarom zal ik u even meenemen naar een recent verleden, dat toch al weer een afgesloten tijdperk is. Françoise van den Bosch was een van de oproerige edelsmeden, die in de jaren zestig en zeventig allerlei conventies en tradities binnen de edelsmeedkunst onderuit haalde en die ijverde voor de erkenning van haar vak als zelfstandige kunstdiscipline. Françoise was geboren in 1944 en studeerde aan de afdeling Edelsmeden van de Academie in Arnhem. In 1977 toen zij bezig was met de voorbereiding van een overzichtstentoonstelling van haar werk, overleed zij plotseling in haar atelier. In haar korte leven had zij toch al aan een indrukwekkend oeuvre
gewerkt en een grote indruk op velen achtergelaten. Haar werk getuigt
van een onderzoekende, consequente aanpak en ik denk dat het daardoor
nog steeds voor jonge sieraadontwerpers een voorbeeld kan zijn. Françoise
had geen antwoorden klaar, zij zocht en vond, soms - niet altijd.
Daarvan getuigen de vele proefjes die in haar nalatenschap te vinden
zijn. Met minimale ingrepen in eenvoudige materialen, zoals koper,
messing en aluminium, maakte zij sieraden die sober waren maar heel
ingenieus. Al snel maakte zij de stap naar zelfstandige objecten.
Het buismateriaal dat zij daarvoor gebruikte zaagde ze in en kneep
ze samen. Zo ontstonden objecten die vaak uit verschillende, in elkaar
passende, elementen bestonden en de zogenaamde kussenbroches. Maar goed, terug naar Françoise: Haar werk en haar elan werden
zeer gewaardeerd, in binnen- en buitenland. Daarom besloten vrienden
van Françoise, na haar overlijden, dat dit elan vastgehouden
moest worden in een stichting, die tot doel zou hebben de belangstelling
voor de vormgeving van sieraden en objecten gaande te houden en daarmee
het vakgebied te stimuleren. In de een-en-twintig jaar die sinds de eerste prijs zijn verstreken
is er erg veel veranderd. Stonden in 1980 de musea nog te trappelen
om een tentoonstelling van een sieraadontwerper in huis te kunnen
krijgen, tegenwoordig gaat dat veel moeizamer. Er moet veel onderhandeld
worden en soms loopt dat - ondanks alle inspanningen - toch nog mis.
Voor Ruudt Peters is dit altijd een belangrijk punt geweest. Hij
heeft zich steeds weer verzet tegen het exposeren in vitrines en de
laatste jaren - lijkt het wel - steeds onverzettelijker. Hij vindt
de afstand tot sieraden die op deze manier gecreëerd wordt veel
te groot, sieraden moet je kunnen voelen, je moet het materiaal kunnen
betasten en het gewicht kunnen wegen op je hand. Dat maakt het echter
wel lastig om een tentoonstelling van hem in een museum te organiseren.
In een galerie waar voortdurend toezicht is en de situatie overzichtelijk
is, lukt dat nog wel maar in een museum wordt men van de gedachte
alleen, al heel nerveus. Toch verdient Ruudt Peters wel een museale presentatie van zijn werk. Hij is tenslotte 25 jaar actief in het vak en heeft in die periode een belangrijk stempel op de sieraadvormgeving gezet door zijn benadering van het fenomeen sieraad, door zijn ideëen over de presentatie van sieraden en door zijn jarenlange docentschap aan de Rietveld Academie. Daarom is het nou zo mooi dat er zoiets is als de Françoise van den Bosch prijs. Het geldbedrag mag dan een schijntje zijn van grote kunstprijzen maar het gaat niet om het geld alleen. Voor de stichting Françoise van den Bosch is het altijd van belang geweest dat de prijs een stimulerende daad is en de winnaar wordt aangemoedigd deze gedachte over te nemen. De voorbeelden uit het verleden van de stichting, van winnaars die
de prijs als een stimulans zagen om een tentoonstelling van eigen
werk te organiseren, zijn talrijk. Zo ook Ruudt Peters, die de toekenning
van de prijs, als een stimulans zag om een werkgroep op te richten
die een reizende tentoonstelling voorbereid. Er moet nog veel gebeuren maar het balletje is aan het rollen. Het laatste nieuws is dat de tentoonstelling begint in september 2002 in de koepelzaal van het museum voor Moderne Kunst in Arnhem, daarna reist hij door naar de kluis van de Beurs van Berlage in Amsterdam. Het Schmuckmuseum in Pforzheim neemt de tentoonstelling zeker over en het Museum voor Sierkunt in Gent en andere musea zijn geïnteresseerd. Bovendien zijn er onderhandelingen met een Duitse uitgever gaande over een boek, dat vormgegeven zal worden door Henrik Barends. Ondanks het feit dat hedendaagse sieraden, zoals ik al eerder constateerde,
niet meer rebels zijn zoals in de tijd van Françoise maar een
eigen publiek van liefhebbers en kenners hebben gevonden, is er nog
steeds een functie voor de stichting Françoise van den Bosch.
Onze kracht zit in onze onafhankelijkheid - we hebben geen zakelijke
of andere belangen en geen geheime agenda's. Naast de toekenning van
de prijs, hecht de stichting grote waarde aan de voorlichting aan
een groter publiek. Daarom hebben wij sinds kort een website, waarop
veel informatie te vinden is over de stichting, over de prijswinnaars
en over de collectie van de stichting die beheerd wordt door het Stedelijk
Museum in Amsterdam. |
| Juryrapport Françoise
van den Bosch Prijs 2000 - > |
| Prijswinnaars zijn - > |